Intelligent ontwerp PDF Print E-mail
Geschreven door Margriet   
Kunstzinnig als ik ben, trakteer ik me deze middag op een bekend schilderijenmuseum. Heerlijk vind ik het om schilderijen te bekijken en de dieper liggende gedachten van de schilder te ontrafelen. Of om gewoon weg te zinken in de goed uitgekozen kleurencombinaties. Toch besef ik nu ik het museum binnenstap dat ik niet goed weet hoe ik me moet gedragen. Ik heb wel verstand van schilderen en ik ken de beroemde schilderijen van Van Gogh, Monet en Picasso wel, maar ik heb me nog nooit in zo’n museum als dit laten zien. Overal lijken ruimtes te zijn met schilderijen en er staan tientallen bordjes die naar al die ruimtes verwijzen. Al die ruimtes schijnen weer een thema te hebben en ik denk dat de ruimte waar ik me nu in bevind het thema ‘groen’ heeft. Overweldigd door de grootte van het museum loop ik langs een kamer met alleen maar cirkels en een ruimte waar allerlei abstracte mensen zijn weergegeven. Zou je hier eigenlijk wel mogen praten, bedenk ik me. Ik besluit om de meneer in de zwarte ribjas en beige broek onopgemerkt te volgen en te kijken wat hij doet.

Deze meneer lijkt de weg hier te kennen. Hij heeft een duidelijke voorkeur van ruimtes en thema’s. Als we in een ruimte met veel kleuren komen voel ik me wat meer op mijn gemak. Ik houd altijd wel van veel verschillende kleuren bij elkaar. De meneer loopt op een groot schilderij af wat tegen de achterwand hangt. Het is een schilderij vol met geweldig mooie kleuren. De plaats van dat schilderij valt meteen op, het is het enige schilderij aan die wand en het vult de wand ook van boven tot onder. Dit schilderij is zo groot dat ik makkelijk naast de meneer kan gaan staan zonder dat er een ongemakkelijke afstand tussen ons komt. Als ik het schilderij van dichtbij bekijk valt mijn mond open van verbazing. Wat van veraf een mix van allerlei verschillende kleuren leek, blijkt nu een meesterwerk te zijn van allerlei kleinere geschilderde vormen. Ik zie cirkels, vierkanten, maar ook vormen die ik niet precies thuis kan brengen. En toch lijken ze in hetzelfde rijtje te vallen als cirkels en vierkanten. Wat geweldig! En die kleuren.. alle kleuren lijken in dit schilderij terug te komen, van turkoois tot bordeauxrood. Onbewust maak ik een kreet van bewondering, waarop de meneer lacht. ‘Mooi is het hè’? zegt hij terwijl hij zijn ogen niet van het schilderij haalt. ‘Ja, het is echt ongelofelijk, die vormen… en al die kleuren!’ Weer een lach, een vriendelijke lach. ‘Kijk nog maar eens beter’, zegt hij, ‘want dan heb je waarschijnlijk nog niet goed gekeken naar zo’n vorm.’ Ik kijk de meneer verbaasd aan, maar die blijft naar een rechthoekige vorm staren. Hij voegt er aan toe: ‘Ik kom al vijf jaar lang iedere week dit schilderij bewonderen. En nóg vind ik nieuwe dingen.’ Ik kijk weer naar het schilderij, naar een oranjeachtige cirkel. En dan zie ik wat de man bedoeld. In die cirkel lijkt een hele cultuur getekend te zijn. Ik zie mensen, en dieren. Als ik beter kijk kan ik ook een soort tenten onderscheiden en veel bomen en struiken. En als ik op de kleur let, zie ik dat al deze dingen helemaal niet oranje zijn. Een wereld aan kleuren die ik niet eens kan benoemen hebben al deze gedetailleerde figuren. En blijkbaar zijn al deze kleuren bij elkaar oranje… Ik kan mijn ogen niet geloven, want dit was nog maar één vorm waar ik in gekeken heb. En er zijn misschien wel honderden vormen! Dit schilderij is zo ontzettend boven verwachting, zo ongelofelijk mooi en gedetailleerd, zo uniek in elkaar gezet… dit móet wel door een heel bijzonder en intelligent persoon in elkaar gezet zijn. Benieuwd naar wie dit zou zijn zoek ik een handtekening, of een bordje naast het schilderij. Niks. De meneer naast mij zal het wel weten en ik vraag het hem. Alsof ik iets doms gevraagd heb haalt hij zijn ogen van het schilderij af. ‘Wie de schilder is van dit schilderij?’, herhaalt hij me ongeloofwaardig. ‘Niemand.’ Nu kijk ik op mijn beurt ongeloofwaardig naar de man. En dan begint hij het uit te leggen.

‘Er was ooit een verdwaalde olifant in een oerwoud. Deze olifant raakte steeds dieper in het oerwoud zonder iets te eten te vinden en daarom stierf hij. Al snel kwamen allerlei wilde dieren om hem uit elkaar te scheuren en op te eten. Zijn huid werd er afgescheurd en ze begonnen zijn vlees op te eten. Op het moment dat ze aan de huid wilden beginnen begon het vreselijk te onweren. De dieren lieten de huid liggen en vluchtten weg. Plotseling kwam er een flinke wind die ervoor zorgde dat de olifantenhuid meegesleurd werd. Kilometers ver werd hij meegetrokken door de kracht van de wind. Ondertussen kwam er een modderlaag op de huid waardoor er allerlei dingen op bleven plakken. Allerlei gekleurde insectjes en plantjes bleven er aan hangen. Sommige lieten alleen een afdruk achter. Alsof de natuur al zijn krachten wilde gebruiken bedaarde de harde wind en kwam er een gigantische regenbui. Massa’s druppels vielen via planten en bloemen op de huid. Doordat ze eerst de planten en bloemen aan hadden geraakt hadden ze een bepaalde kleurstof meegenomen. De regendruppels vermengden zich met elkaar en er ontstonden de mooiste kleuren en vormen. De natuur leek zichzelf te testen want na deze hevige regen kwam er net zo’n hevige zonneschijn. De huid droogde op en dode beestjes vielen eraf, hun kleur achterlatend. Zo bleef er een geweldig bouwwerk van kleuren en vormen over, wat nog steeds wel eens veranderd en mooier wordt, omdat het ontstaan is uit natuurlijke, levende materialen.’ Hier stopte de man en hij leek tevreden met zijn verhaal.

Design

Ik keek nog eens naar het schilderij, naar een paarsachtig vierkant. Daarin zag ik een wereld van kleine mensjes die in een stad leken te wonen. Ik zag dat ze allemaal druk bezig waren met hun werk. Het leek op onze stad. Ik bedankte de man voor zijn uitleg en verliet het museum.

Op de terugweg naar huis dacht ik aan het geweldige schilderij en aan de man en ik vraag me af: Hoe kan het dat men het geweldig intelligente ontwerp ziet, maar de Ontwerper ervan ontkent? 

Genesis 1 vers 1-5

In het begin schiep God de hemel en de aarde. De aarde was nog woest en doods, en duisternis lag over de oervloed, maar Gods geest zweefde over het water. God zei: ‘Er moet licht komen,’ en er was licht. God zag dat het licht goed was, en hij scheidde het licht van de duisternis; het licht noemde hij dag, de duisternis noemde hij nacht. Het werd avond en het werd morgen. De eerste dag.



Voeg deze pagina toe aan je favoriete Social Bookmarking websites
Del.icio.us! Google! Live! Facebook! NuJij eKudos Symbaloo
 

Voeg jouw reactie toe

Jouw naam:
Jouw email:
Reactie:
 
Zien or Beleven
 
" Ik vraag U niet hen uit de wereld weg te nemen, maar hen te beschermen tegen de duivel. "

Johannes 17 vers 15



Twitter

GodOrNot-Hyves