Het is half twaalf in de ochtend op een willekeurige woensdag als ik wakker word. Voor de derde keer die dag. Geen idee waarom, maar deze keer besluit ik om uit mijn bed te gaan om er vervolgens achter te komen dat ik alleen thuis ben. Ik ben vrij vandaag, net als gisteren en de aankomende drie weken. Ik heb niks te doen, ook net als gisteren en de aankomende drie weken. Om de dag fris te beginnen stap ik onder de douche. Een half uur later loop ik in een korte broek de trap af om onder het genot van nietszeggende muziek eieren te bakken. Daarmee klaar kom ik weer op het punt geen idee te hebben wat ik vervolgens zal doen.
Ik zit op de bank voor me uit te staren terwijl ik luister naar het getjilp van vogels in de zon. Ik ga alle opties na die mij eventueel uit de verveling zouden kunnen helpen. Het is te warm om te gaan sporten. Film kijken doe ik vanavond wel. Ik zou kunnen leren voor mijn examens. Dat zou ik inderdaad kunnen gaan doen, maar doe het vervolgens niet. Ik ben nu eenmaal vrij. Dan maar weer naar boven. Ik rook een sigaret op het balkon. Het is mooi weer, de mensen zijn aan het werk, de kinderen spelen, de vogels tjilpen nog steeds… Het leven is in volle gang en ik… ik doe niks.
Wat ik verwachtte kwam. Na een dikke week niks doen begin ik op het toppunt van mijn verveling na te denken. Over alles. Over wat nuttig is of juist niet. Wie bepaalt wat nuttig is? Waarom heeft iedereen wat te doen, behalve ik? Waarom heeft een vogel vleugels? Wij hebben toch net zo min vaste grond onder onze voeten? Alles is nutteloos, alles vergaat. Ik sta op een balkon, nutteloos, ik verga. Of niet soms? Ik denk, dus ik ben. Ben wat?
nutteloos of zinvol? Gek misschien? Ik kijk naar mezelf. Er is geen spiegel.
Ik plof neer op de bank, sta weer op en zet koffie. Wat later zit ik er weer, een grote mok koffie in mijn hand. Wat maakt het allemaal ook uit? Ik geniet toch van mijn leven? Ik heb toch mensen om mij heen? Terwijl ik rondkijk kom ik er achter dat alles ooit vergaat, alles. De vogels, de bloemen in de tuin, de koffie in mijn mok, de krant gevuld met ellende en discussie. De bijbel op de tafel … De bijbel?
Ik lach. Waarom? Achttien jaar heb ik in de kerk gezeten. Wat heb ik daar gedaan? Alleen maar pepermunt gegeten? Op het moment dat ik nadenk over de zin van het leven denk ik niet eens aan God.
Ik blader wat door de bijbel. Af en toe lees ik wat. De boodschap is vaak bekend. Het bij God willen horen resulteert in een leven vol genot zonder einde. De toekomst die voor ons is klaargelegd maakt het leven hier op aarde waard om te leven. Theoretisch heb ik het altijd wel geloofd. Ik paste het alleen nooit toe op míjn leven. Ga ik dat nu doen? Geen idee.
Ik ben er in ieder geval bij bepaald dat dit leven niet alleen gaat over nu. Er is meer.
Het leven heeft wel degelijk zin. Als je het maar goed inricht. Het aardse leven heeft zoveel meer waarde als je God er een plaats in geeft.
Stilgezet worden, terwijl de rest van de wereld doorgaat ... Waarom leef ik?
Voor God. Voor de mensen om mij heen. Voor een ontzettend mooie toekomst zonder einde.
Ik bel een vriend om te vragen wat hij vanavond doet.
Opnieuw sta ik op het balkon. Rook een sigaret. De zon schijnt. Ik geniet.