|
Dromen. Dan doen we allemaal toch? We dromen van heerlijke vakanties op een hagelwit strand met alleen een palmboom en een goed boek, waar je kan pootjebaden in het helderste water waar je zelfs je eigen tenen kan zien.
We dromen van een super carrière, waar we aan de top staan en we onmisbaar zijn. We dromen van een mooi optrekje ergens in de bossen, met zo’n leuk riet dak waar je alleen maar de fluitende vogeltjes om je heen hoort. Of je droomt van een gezinnetje en je ziet jezelf later getrouwd met drie koters op de bank. We dromen heel groots; misschien droom je wel dat je de Nobelprijs wint voor het geneesmiddel tegen kanker. We dromen dus veel, veel van deze dingen zullen misschien niet uitkomen en blijven alleen maar fantasie. Nu ontstaat er natuurlijk het gevaar dat het enige waar we nog mee bezig zijn is dat we onze dromen najagen. We proberen iets te bereiken wat in ons hoofd veel meer voldoening geeft dan dat het waarschijnlijk zal doen. Dat we zo druk bezig zijn met onze dromen dat we de wereld om ons heen vergeten en vergeten te leven. Dat we geen oog hebben waar het nu werkelijk om draait in de wereld: GOD. Sirach 34: 1-3 ‘Een onverstandig mens heeft ijdele en valse verwachtingen en dromen brengen dwazen het hoofd op hol. Wie zich aan een droom vastklampt is als iemand die een schaduw wil grijpen en wind najaagt. Een droombeeld is niet meer dan een spiegeling, zoals de spiegeling van een gezicht.’ Maar aan de andere kant mogen we ook dromen. Over God, over hoe goed Hij is, over hoeveel Hij ons liefheeft. We mogen dromen over Jezus’ terugkomst, wanneer alles weer nieuw zal zijn en er geen pijn en leed meer zal bestaan. Dit is namelijk geen illusie, dit is niet iets wat alleen maar in je fantasie mooi lijkt! Zo groots kunnen we geen eens dromen; het zal nog vele male mooier zijn. 2 Petrus 3:13 ‘ Maar wij vertrouwen op Gods belofte en zien uit naar een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, waar gerechtigheid woont.’ Durf te dromen!
|