Susan Boyle (47) heeft mensen versteld doen staan, tot tranens toe bewogen, kippenvel bezorgd. Ze betrad vorige week het podium van de Britse show Britain's Got Talent - een van de vele talentenjachten op televisie - en niemand verwachtte iets van haar. Ze had er niet de looks voor, naar de maatstaven die mensen hiervoor aanleggen. En zíj wilde een beroemde zangeres worden?
Toen begon ze te zingen, I Dreamed A Dream uit de muscial Les Miserables. De jury kreeg ogen als schoteltjes. Sindsdien gaat ze door het leven als de sensatie van het programma: deze vrouw 'van middelbare leeftijd', een 'regelmatige kerkganger', werkloos en vrijwilligster voor de kerk, die naar eigen zeggen nooit is gekust - erger kan het bijna niet in deze samenleving -, kan geweldig zingen. Interviews tot in Amerikaanse media toe, zijn haar deel. Het filmpje van haar optreden op YouTube is miljoenen keren bekeken. ,,Als je haar ziet en hoort, weet je: 'er is hoop!' Dwars tegen alle cynisme in'', schrijft ene Christel op de website van Anja Meulenbelt.
Susan Boyle, afkomstig uit het Schotse West Lothian, heeft laten weten dat ze het afgelopen paasfeest, zoals elke zondag, naar de (rooms-katholieke) kerk is geweest. Ze kreeg er een staande ovatie. ,,Het was geweldig'', vertelt ze op de website van Britain's Got Talent . Veel kerkgangers kennen haar van haar vrijwilligerswerk namens de kerk. ,,Ik help ouderen en zo. En ik bezoek mensen in het ziekenhuis. Dat doe ik nu anderhalf jaar.''
Als jongste van een gezin met negen kinderen is ze bij haar ouders blijven wonen - ze verzorgde hen op hun oude dag. Boyle woont nu alleen in het ouderlijke huis, met haar kat, weet inmiddels een miljoenenpubliek. Haar moeder overleed in 2007. Meteen na haar optreden zijn toeschouwers lessen gaan trekken: ga niet af op de cover van een boek, oordeel niet op het eerste gezicht. ,,Wat ik het mooist vind is niet zozeer de ontdekking van iemand met een buitengewoon talent, maar de verootmoediging die plaatsvindt'', schrijft blogger Eugene Cho, pastor van de Quest Church in het Amerikaanse Seattle.
Op de gezichten in de zaal - van publiek en jury - nam Cho een plotse ommekeer waar: van laatdunkendheid tot bewondering. Cho wil niet zeggen dat ,,uiterlijk en professionaliteit'' geen waarde hebben, maar het snelle oordeel over een ander zouden we moeten afwijzen, schrijft hij. De pastor verwijst naar Jezus, die niet aanzienlijk was, niet indrukwekkend. Even enthousiast is 'Steve' in zijn reactie op Cho's analyse van het fenomeen Susan Boyle. ,,Misschien is dit een voorproefje van het komende Koninkrijk, waar de laatsten de eersten zullen zijn.''
Een ander toont zich zorgelijker over het applaus. ,,Alsof het zo enorm schokkend is dat iemand die niet past in het publieke plaatje van schoonheid, een zeldzaam talent kan hebben... Moge God ons allemaal helpen wanneer ons uiterlijk bepaalt of we acceptabel zijn.'' Op een andere meditatieve weblog reageert een 'anonymus': ,,Mijn vertrouwen in de mensheid zou pas echt hernieuwd worden als Susan Boyle op het podium was gekomen, er helemaal niets van bakte... en mensen wereldwijd toch van haar zouden houden en haar zouden bewonderen.''