|
De kou ontbreekt in het kerstverhaal |
|
|
|
|
Geschreven door Stefan
|
|
Het hagelde, het sneeuwde en het was er zo koud. Dat staat in een bekend kerstlied. Ook in andere kerstgezangen wordt ervan uitgegaan dat het bij de geboorte van Christus koud was. Uit de vier evangelies blijkt echter in het geheel niet welke temperatuur er toen heerste.
De koude is een van de legendes die rond het kerstverhaal zijn ontstaan. 25 December is hartje winter en er werd kennelijk van uitgegaan dat de omstandigheden van dat seizoen op het noordelijk halfrond ook voor het Heilige Land golden. De vier evangelisten noemen echter in het geheel het seizoen niet waarin de geboorte plaatshad.
In de kerken wordt met Kerstmis uit het evangelie volgens Lucas gelezen. Dat overtreft de andere evangeliën in de beschrijving van de geboorte van Christus ruimschoots. Het verhaal dat Jozef en Maria ploeterend door de sneeuw in een gure wind de stal binnenliepen waar de krib, in de Nieuwe Bijbel Vertaling (NBV) voederbak genoemd, stond, is echter ook bij Lucas afwezig. Hij schrijft wel dat de geboorte in een zeer eenvoudige omgeving plaatshad, omdat er voor Maria en Jozef geen plaats was in het nachtverblijf van de stad, maar gebruikt het woord stal niet.
De drie andere evangelisten, Mattëus, Marcus en Johannes, wijden heel wat minder woorden aan de geboorte van Christus. Het evangelie volgens Matteüs, het oudste van de vier, begint met de geslachtslijst van Jezus om aan te tonen dat hij van Abraham en koning David afstamde. Matteüs meldt dat Maria zwanger van de Heilige Geest was en dat Jezus in Betlehem is geboren. Daarna komen de Wijzen uit het Oosten aan bod.
Marcus, wiens evangelie het kortst is, begint met het openbare leven van Jezus en slaat de eerste dertig jaar van diens leven over. Ook Johannes heeft het niet over de omstandigheden waarin Jezus werd geboren. Zijn evangelie begint met de beroemde tekst: In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het woord was God. Daarna komt ook hij uit bij het openbare leven van Jezus.
|