|
Basisschool groep 8. Klein blond meisje, beetje aan de dikke kant. Doet goed haar best op school. De leraren vinden haar ook een schatje. Desalniettemin vrolijk en gelukkig. Tot halverwege het jaar. Een jongen maakt haar vriendinnetje mikpunt van de klas en neemt veel kinderen hier in mee. Ze kiest de kant van haar vriendin en ligt er op datzelfde moment ook ‘uit’. Ze wordt geschopt op het schoolplein. Uitgescholden voor vetzak en lelijkerd. Krijgt vuile blikken naar zich toe. Het werkt er ook niet echt aan mee dat de leraren haar aardig vinden. Het laat een litteken achter bij het meisje. Middelbare school 1e klas. Ze hangt er weer een beetje bij in de klas. Het maakt haar onzeker; ‘Is er wat mis met mij dat anderen zo min over mij denken?’, denkt ze. Die onzekerheid trekt aan. Weer wordt er gepest, ditmaal door meer mensen, jongens en meiden. Het schoppen blijft achterwege. Nu laten ze haar wat links liggen in de klas of zijn het meer de bijtende en stekende opmerkingen die haar soms huilend thuis doen komen. Echt ergens bij horen doet ze niet, al zijn er zoveel ‘leuke’ groepjes in de klas. Ze leert zich wat te verweren. Het op zichzelf zijn went wel, maar het blijft pijn doen. Het feit dat ze een zogeheten studiebol is werkt ook niet echt mee. Ze zoekt de goedkeuring maar weer bij de docenten en probeert zo aardig mogelijk te blijven doen bij de ‘leuke meidengroepjes’ in de klas, alles om zichzelf maar te bewijzen. Er zit een meisje in haar klas (laten we haar Lucie noemen), ook al zo’n pispaal. Goed kunnen leren schijnt hiervoor een ‘must’ te zijn. Haar van top tot teen opnemend, komt ze tot de conclusie dat ze zichzelf wel een stuk knapper vindt als haar. Meestal krijgt ze medelijden met mensen die afgezeken worden door anderen, omdat ze weet hoe het voelt. Maar eigenlijk vindt ze Lucie een wijsneus en een beetje een irritant kind. ‘Waarom moet ze in alles haar gelijk hebben? Moet ze wat bewijzen of zo? Komt ze ook nog steeds naast mij zitten. Waarom wil ze telkens mijn aandacht?’. Ze probeert Lucie wat links te laten liggen, al moet ze zeggen dat een beetje vriendschap en positieve aandacht toch wel fijn is. Maar waarom van haar? Soort zoekt soort….? Lucie blijft lief doen tegen haar. Wil van alles aan haar geven, wil haar met alles helpen. Hunkerend naar wat aandacht en liefde. Maar dit wordt alleen maar als irritant gezien in haar ogen, terwijl ze kon zien dat dit Lucie pijn deed. Een jaar later. De twee meisjes zijn de beste vriendinnen geworden en hebben het naar hun zin op school. Blijkt dat Lucie zich thuis verschrikkelijk ongelukkig voelde. Ze lijkt zelfs door haar ouders niet echt geliefd te worden. Ze wordt erg kort gehouden in alles wat ze doet, niets is goed. Ze krijgt een tik bij het minste of geringste. Het verklaarde haar houding, haar hunkeren naar goedkeuring. Haar drang om te willen bewijzen wat ze wel weet en kan. Waarbij ze op school dan ook nog eens niet geaccepteerd werd… Dat lieve, kleine blonde meisje, dat ben ik. Nog steeds heb ik er spijt van en kan ik niet begrijpen hoe ik zo gemeen had kunnen zijn tegen haar. Dat ik net zo hard mee deed aan het links laten liggen van dat meisje Lucie dat zo graag ergens bij wilde horen, terwijl ik in hetzelfde schuitje zat als zij. Ik voelde me beter dan haar. Ik kon toen wel begrijpen waarom ze er buiten lag...Maar eigenlijk…, maakte mij dit nog erger dan de mensen die mij pijn deden….
|